direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Polder Abbenbroek
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Ter plaatste van de percelen Oudelandsedijk 31 en Oudelandsedijk 33 en Gemeenlandsedijk Zuid 43 te Abbenbroek wordt gebruik gemaakt van de ''Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder hoogspanningsverbindingen”. Deze regeling houdt in dat woningen onder een hoogspanningsleiding op kosten van het Rijk gesloopt worden.

De woningen op de percelen zijn gesloopt en hier komen geen woningen voor terug. Alleen de woonbestemming moet nog worden wegbestemd. Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt de woonbestemming van de percelen Oudelandsedijk 31 en Oudelandsedijk 33 Abbenbroek gewijzigd naar 'Groen' en wordt de woonbestemming van het perceel Gemeenlandsedijk Zuid 43 te Abbenbroek gewijzigd naar 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

De twee kavels aan de Oudelandsedijk nrs. 31 en 33 zijn met de voorzijde georiënteerd op de Oudelandsedijk. De kavels maken deel uit van een bebouwingslint langs de Oudelandsedijk en worden aan de noordgrens, oostgrens en zuidgrens begrensd door agrarische gronden en aan de westgrens begrensd door de Oudelandsedijk.

De kavel aan de Gemeenlandsedijk Zuid 43 ligt ten zuiden van het dorp Abbenbroek. De kavel wordt aan de noordgrens, westgrens en zuidgrens begrensd door agrarische gronden en aan de oostgrens begrensd door de Oudelandsedijk.

Op de volgende afbeelding wordt de ligging en begrenzing van het bestemmingsplangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0001.jpg"

Afbeelding ligging kavels bestemmingsplangebied

1.3 Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan 'Buitengebied West', vastgesteld 7 december 2016.

De percelen in het bestemmingsplangebied zijn bestemd voor 'Wonen'. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Leiding - Hoogspanningsverbinding', 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waarde - Archeologie 4' (alleen ter plaatse van de percelen Oudelandsedijk), 'Waterstaat - Waterkering' (alleen ter plaatse van Gemeenlandsedijk Zuid 43) en gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0002.jpg"

Afbeelding vigerend bestemmingsplan plangebied

1.4 Planvorm

Het bestemmingsplan ''Polder Abbenbroek'' maakt de bestemmingswijziging van de kavels mogelijk. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Wel wordt door de bestemmingswijziging de ontwikkeling van nieuwe woningen in het plangebied uitgesloten. Voor de keuze van de nieuwe bestemmingen wordt aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied West'. Ook de woningen aan de Oudelandsedijk nummers 27, 29 en 35 tot en met 47 worden meegenomen in het bestemmingsplan. Voor deze woningen en de woningen in het plangebied is bepaald dat er 11 woningen zijn toegestaan. Door het wijzigen van de bestemming van 'Wonen' naar 'Groen' (voor de percelen in het plangebied aan de Oudelandsedijk) en de sloop van de twee woningen, wordt het planologisch mogelijk om twee nieuwe woningen te bouwen, ter plaatse van de andere kavels die vallen binnen het gebied waarvoor de regel (maximaal 11 woningen) geldt. Dit is niet wenselijk. Om deze mogelijkheid weg te nemen worden ook de andere kavels opgenomen in het bestemmingsplan en wordt in de regels bepaald dat maximaal 9 woningen zijn toegestaan in plaats van de 11 woningen die nu zijn toegestaan. De bestemming van deze woningen blijft ongewijzigd. Ook de dubbelbestemmingen worden uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer

Dit document is opgesteld uit 7 hoofdstukken. Na de inleiding (hoofdstuk 1) wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan:

  • de bestaande situatie en toekomstige situatie (hoofdstuk 2);
  • de juridische planbeschrijving (hoofdstuk 5);
  • het beleidskader, (hoofdstuk 3);
  • een beschrijving van de omgevingsaspecten van het bestemmingsplan (hoofdstuk 4);
  • de economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6);
  • het gevoerde vooroverleg (hoofdstuk 7).

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie

In de bestaande situatie waren op de percelen Oudelandsedijk 33 en 31 (kadastraal nr. 492 en 490 sectie D en Gemeenlandsedijk Zuid 43 (kadastraal nr. 407 sectie D) in totaal 3 woningen aanwezig onder de hoogspanningslijn Maasvlakte - Abbenbroek (380 kV leiding). Naast de woningen bevonden zich op de percelen de tuinen en erfontsluiting van de woningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0003.jpg"

Afbeelding uitsnede netkaart RIVM, de leiding is met een rode lijn weergeven en de kavels in het plangebied doormiddel van een oranje cirkel

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0004.jpg"

Afbeelding aanzicht woningen Oudelandsedijk 31 en 33, de woningen zijn inmiddels gesloopt

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0005.jpg"

Afbeelding aanzicht woning Gemeenlandsedijk Zuid 43, de woning is inmiddels gesloopt

2.2 Nieuwe situatie

De gemeente heeft de eigenaren uitgekocht (''Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder hoogspanningsverbindingen”) om zo de woonbestemming ter plaatste weg te kunnen bestemmen. De woningen zelf zijn al gesloopt.

Door middel van voorliggend bestemmingsplan wordt de woonbestemming weg bestemd waardoor het gebruik van de gronden alszijnde woning en de nieuwbouw van woningen wordt uitgesloten. Ook de bouw van 2 nieuwe (extra) woningen ter plaatse van de kavels Oudelandsedijk 27, 29 en 35 tot en met 47 wordt uitgesloten door het opnemen van deze kavels in het bestemmingsplan. In de regels is bepaald dat maximaal 9 woningen zijn toegestaan in plaats van de 11 woningen die nu zijn toegestaan. Hierdoor is het niet mogelijk om de woningen die worden gesloopt in het plangebied elders te herbouwen langs de Oudelandsedijk.

De percelen Oudelandsedijk 33 en 31 (kadastraal nr. 492 en 490 sectie D) krijgen in de nieuwe situatie de enkelbestemming 'Groen'. Het perceel Gemeenlandsedijk Zuid 43 (kadastraal nr. 407 sectie D) krijgt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid', dit is overeenkomstig de bestemming van aangrenzende gronden. Ook de van toepassing zijnde dubbelbestemmingen (Leiding - Hoogspanning, Waarde - Archeologie, Waterstaat - Waterkering) worden overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding

Gezien de kleinschaligheid van de functiewijziging, het gegeven dat de woonfunctie komt te vervallen en er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt wordt het rijksbeleid en provinciaal beleid niet nader toegelicht. De bestemmingswijziging betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling en is daardoor niet ladderplichtig. De planlocatie ligt niet in een gebied met een bepaalde beschermingscategorie. Er zijn geen extra waarden die door de provincie aan het gebied zijn toegekend en die beschermd dienen te worden.

3.2 Gemeentelijk beleid

3.2.1 Structuurvisie

Toekomstvisie Bernisse

Op 18 september 2007 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bernisse de 'Toekomstvisie Bernisse' vastgesteld. Uitgangspunt voor de toekomstvisie is dat Bernisse een landelijke gemeente is, waar rust, ruimte en openheid de boventoon voeren. Voor het formuleren van de toekomstvisie is de vraag gesteld, of dat over 20 jaar nog zo zal zijn en op welke manier er omgegaan zou kunnen worden met verwachte trends en ontwikkelingen. Globaal zijn er drie strategieën geschetst, te weten bescherming, overgave en selectieve ontwikkeling. Er is collectief gekozen voor de strategie van selectieve ontwikkeling. Hierin wordt beschreven dat Bernisse in 2025 een groene oase is binnen en buiten de regio. Er is aandacht voor autonome groei en behoud van levendige dorpen met een eigen identiteit. De sterke agrarische sector ontwikkelt zich verder als landschapsbeheerder en recreatie wordt versterkt in met name het gebied rond de Bernisse. De kwantitatieve groei is beperkt, de toekomstvisie richt zich voornamelijk op een versterking van de kwaliteit.

Structuurvisie Bernisse

Op 21 september 2010 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bernisse de 'Structuurvisie 2025' vastgesteld. Deze structuurvisie kan gezien worden als een ruimtelijke doorvertaling van de 'Toekomstvisie Bernisse'. In de structuurvisie is op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. Enerzijds worden in de structuurvisie toekomstige plannen met een ruimtelijke component en de samenhang daartussen inzichtelijk gemaakt. Anderzijds is in de structuurvisie de mogelijkheid van kostenverhaal gecreëerd. Op gemeentelijk niveau geeft de visie aan welke ontwikkelingen gewenst zijn voor de gehele gemeente, op welke wijze deze ontwikkelingen ruimtelijk worden vertaald en hoe deze ontwikkelingen worden gefaseerd. Op kernniveau is het beeld nader gespecificeerd. De structuurvisie fungeert voor het gemeentebestuur als afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven.

Plangebied

Het bestemmingsplan voorziet in de bestemmingswijziging van 3 voormalige woonpercelen. De bestemmingen worden omgezet van ’Wonen’ naar de bestemming 'Groen' en 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'. In de gemeentelijke visies is geen beleid opgenomen ten aanzien van een bestemmingswijziging van gronden met woningen onder een hoogspanningsverbding. Een verdere toetsing aan het beleid heeft daarom niet plaatsgevonden.

3.3 Conclusie

De bestemmingswijziging past binnen het beleidskader. Er worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt door middel van voorliggend bestemmingsplan.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid, akoestiek, industrielawaai, verkeer en parkeren en water

Voor de volgende onderdelen zijn geen onderzoeken nodig; Bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid, akoestiek, industrielawaai, verkeer en parkeren en water. Dit wordt onderstaand onderbouwd.

Bedrijven- en milieuzonering

Het bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van een gevoelige functie, de richtafstanden die van toepassing waren tussen milieuhinderlijke functies en de woningen zijn komen te vervallen. Voor de percelen aan de Oudelandsedijk 31 en 33 wordt een bestemming 'Groen' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn geen milieuhinderlijke functies toegestaan waarvoor een bepaalde richtafstand tot de omgeving geldt.

Ter plaatse van het perceel Gemeenlandsedijk Zuid 43 wordt de bestemming 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid' toegekend. Binnen deze bestemming zijn agrarische bedrijfsactiviteiten toegestaan. De realisatie van een agrarisch bedrijf is niet mogelijk. In de omgeving van het plangebied liggen meerdere woonpercelen. Het meest nabij gelegen woonperceel Gemeenlandsedijk Zuid 45 grenst reeds aan gronden met een agrarische bestemming. De toekenning van de agrarische bestemming Gemeenlandsedijk Zuid 43 ligt op grotere afstand van het woonperceel dan de bestaande agrarische gronden. Er wordt daarom gesteld dat de toevoeging van een agrarische bestemming niet leidt tot een nieuwe hinderlijke activiteit nabij de woning dan reeds aanwezig is.

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan voorziet niet in het mogelijk maken van verkeer genererende bestemmingen. De bestemming ‘Wonen’ wordt omgezet naar de bestemmingen ‘Tuin’ en 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'. Dit betreft een bestemmingswijziging waarvoor geen bepaalde verkeersaantrekkende werking geldt. De sloop van de woningen en de bestemmingswijziging leiden juist tot een afname van de verkeersaantrekkende werking. Het bestemmingsplan voorziet ook niet in het mogelijk maken van gevoelige bestemming waarvoor onderbouwd moet worden of voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit. Een onderbouwing luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

Externe veiligheid

Het bestemmingsplan voorziet niet in de vesting van gevoelige functies gezien vanuit externe veiligheid, het aspect externe veiligheid is daarom niet relevant en wordt niet nader toegelicht.

Akoestiek

Binnen de bestemmingen in de nieuwe situatie zijn geen geluidgevoelige functies toegestaan. Een akoestisch onderzoek is niet nodig. Ook maakt het planvoornemen geen realisatie van geluidshinderlijke functies mogelijk die van mogelijke invloed kunnen zijn op nabijgelegen woningen.

Industrielawaai

Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) dienen alle industrie- en bedrijventerreinen, waarop inrichtingen zijn of kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken, gezoneerd te zijn. Bedoelde inrichtingen – vroeger ook wel 'A-inrichtingen' genoemd – worden nader genoemd in het Bor. Rondom deze industrieterreinen dient een geluidszone te worden vastgesteld en vastgelegd in bestemmingsplannen. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige functies dient rekening te worden gehouden met de zonering van industrielawaai. Nieuwe geluidsgevoelige functies (zoals woningen) binnen de zonegrens zijn niet zonder meer toegestaan. Indien er binnen de 50 dB(A)-contour, de zonegrens van het industrieterrein, geluidsgevoelige functies (bijvoorbeeld woningen) mogelijk worden gemaakt, geldt een onderzoeksplicht. Wanneer er voor een locatie binnen de zone industrielawaai wordt aangetoond dat de geluidsbelasting onder de 50 dB(A) ligt, is de bouw van geluidsgevoelige functies op die locatie toegestaan. Bij een geluidsbelasting van meer dan 50 dB(A) kunnen door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 55 dB(A).

Binnen het plangebied is een aantal bedrijventerreinen gelegen. Deze terreinen zijn niet gezoneerd. Ten noorden van het plangebied zijn daarnaast wel twee gezoneerde industrieterreinen gelegen. Het gaat hierbij om bedrijventerrein Halfweg III en Botlek Pernis. Delen van het plangebied zijn gelegen binnen de geluidszone van deze terreinen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1930.BPPolderAbbenbroek-1001_0006.png"

Aangezien het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk maakt, vormen deze zones geen belemmering voor de uitvoering van het plan. De geluidszone van de industrieterreinen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd.

Verkeer en parkeren

De bestemmingen in de nieuwe situatie zorgen niet voor een bepaalde verkeersaantrekkende werking en/of parkeervraag. Een onderbouwing verkeer en parkeren kan daarom achterwege blijven. Indien op de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid' een agrarisch bedrijf wordt gevestigd, dan dient in het kader van de omgevingsvergunning de parkeervraag en verkeersgeneratie inzichtelijk te worden gemaakt.

Water

Door de sloop van de woningen met bijbehorende erfverharding is er geen sprake meer van verhard oppervlak in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied worden geen bouwvlakken opgenomen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak gerealiseerd worden. De realisatie van gebouwen met bijbehorende erfverharding is derhalve niet mogelijk. Hierdoor is ook geen sprake van toevoeging van verharding in de toekomst.

Binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid' kunnen wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. De totale oppervlakte aan verharding van deze bouwwerken zal van dusdanige beperkte aard zijn (in elk geval beduidend minder dan de aanwezige verharding ten tijden dat de woningen nog aanwezig waren) dat er geen sprake is van een toename van verharding. Watercompensatie is niet nodig. De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten buiten de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' worden opgericht om daarmee het functioren van dit waterstaatwerk niet te belemmeren. Deze dubbelbestemming wordt opgenomen in dit bestemmingsplan.

4.2 Archeologie

Archeologie Oudelandsedijk 31 & 33

Voor de sloop van de woningen aan de Oudelandsedijk is geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. De archeologische dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Daarmee is geborgd dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien de vrijstellingscriteria, zoals opgenomen in de regels, wordt overschreden.

Archeologie Gemeenlandsedijk Zuid 43

De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch onderzoek in het kader van de voorgenomen sanering ter plaatse van de Gemeenlandsedijk Zuid 43 bij Abbenbroek beoordeeld. Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht.

Een archeologisch onderzoek is uitgevoerd door Transect. Het rapport is als Bijlage 1 bijgesloten. Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat er geen archeologische waarden in het plangebied worden verwacht tot een diepte van 5 m -Mv. Daarom is geen aanleiding om een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' op te nemen in nieuwe bestemmingsplan. Daarnaast is er geen bezwaar tegen de geplande graafwerkzaamheden in het plangebied. Op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke plicht deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Nissewaard).

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' wordt wel overgenomen in het bestemmingsplan, vanwege eenduidigheid en harmonisatie van de bestemmingsplannen.

4.3 Bodem

In verband met de sloop van de woningen zijn ter plaatste van de percelen Oudelandsedijk 31 en Oudelandsedijk 33 en Gemeenlandsedijk Zuid 43 te Abbenbroek bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze rapporten zijn als Bijlage 3 en Bijlage 2 bijgevoegd. Voor de toelichting van de onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaand worden de conclusies toegelicht.

Conclusie bodemonderzoek Oudelandsedijk 31 & 33

Door middel van het bodemonderzoek is de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie Oudelandsedijk 31-33 te Abbenbroek (perceel 490, 491 en 492) in voldoende mate vastgesteld.

Het onderzoek heeft op het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie maximaal lichte verontreinigingen aangetoond in grond en grondwater, deze resultaten vormen geen aanleiding voor aanvullend bodemonderzoek en ook geen belemmering voor de voorgenomen ontmanteling en mogelijke eigendomsoverdracht van de locatie.

Uitzondering vormt boring 03, waar in de bodemlaag van 0,4 tot 0,6 m-mv een sterke verontreiniging is vastgesteld met koper en zink. Middels aanvullend bodemonderzoek is vastgesteld dat de omvang van deze verontreiniging beperkt is (maximaal 10 m3), er is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Uitgaande van een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) geldt er voor deze sterke verontreiniging bij het huidige gebruik geen saneringsplicht.

Conclusie bodemonderzoek Gemeenlandsedijk Zuid 43

Op basis van het onderhavig bodemonderzoek is de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie Gemeenlandsedijk Zuid 43 te Abbenbroek (perceel 407) in voldoende mate vastgesteld.

Het onderzoek heeft op het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie maximaal lichte verontreinigingen aangetoond in grond en grondwater, deze resultaten vormen geen aanleiding voor aanvullend bodemonderzoek en ook geen belemmering voor de voorgenomen ontmanteling en mogelijke eigendomsoverdracht van de locatie.

Uitzondering vormt de funderingslaag van zand met puin, bakstenen, lava en grind welke zich bevindt onder de met asfalt verharde oprit vanaf de Gemeenlandsedijk naar het woonhuis met schuur. Deze funderingslaag is matig tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK en/of minerale olie. De matige tot sterke verontreinigingen worden aangetoond in een bodemvolume van circa 150 m3, er is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor geldt een saneringsplicht.

Voorafgaand aan de voorgenomen sloop en ontmanteling van de onderzoekslocatie en hierop volgende eigendomsoverdracht (verkoop) zullen saneringswerkzaamheden actueel worden. De locatie dient hierbij geschikt te worden gemaakt voor het beoogde (toekomstige) gebruik. Omdat sprake is van een immobiele verontreiniging, kan de sanering worden uitgevoerd op basis van het Besluit Uniforme Saneringen, categorie immobiel.

Conclusie bodem

De uitgevoerde bodemonderzoeken wijzen uit dat in het plangebied sanering plaats dient te vinden. Deze sanering wordt ter plaatse van de twee percelen aan de Oudelandsedijk niet uitgevoerd omdat de grond is ten tijden van de sloop niet geroerd en de toekomstige bestemming (Groen) wordt niet belemmerd als er geen sanering wordt uitgevoerd. Indien er wel grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dan dient alsnog sanering uitgevoerd te worden.

De sanering van het perceel aan de Gemeenlandsedijk Zuid wordt uitgevoerd.

4.4 Flora en Fauna

Ter plaatste van de percelen Oudelandsedijk 31 en 33 en Gemeenlandsedijk Zuid 43 te Abbenbroek zijn quickscans flora en fauna uitgevoerd. Deze rapporten zijn als Bijlage 4, Bijlage 5 en Bijlage 6 bijgevoegd. Ook zijn twee vleermuizen onderzoeken uitgevoerd ter plaatste van de Oudelandsedijk 31 en 33, deze zijn als Bijlage 7 en Bijlage 8 bijgevoegd. Voor de toelichting van de onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaand worden de conclusies toegelicht.

Quickscans flora en fauna

Conclusie quickscan flora en fauna en aanvullend onderzoek vleermuizen Oudelandsedijk 31

Voor het slopen van de woning zijn bezwaren vanuit de Wet natuurbescherming. Uit de flora en fauna quickscan is gebleken dat zich beschermde functies voor vleermuizen kunnen bevinden in het projectgebied. De woning biedt mogelijkheden voor een verblijfplaats. Daarnaast kan de tuin deel uit maken van een vaste vliegroute voor vleermuizen. Deze functies moeten nader onderzocht worden middels een jaarrond vleermuisonderzoek op basis van het Vleermuisprotocol. Dit onderzoek is uitgevoerd.

Uit dit onderzoek volgt dat voor de sloop van de woning geen bezwaren waren van uit de Wet natuurbescherming. De bomenrij langs de Oudelandsedijk maakt onderdeel uit van een vaste vliegroute voor Gewone dwergvleermuizen, Ruige dwergvleermuizen en Laatvlieger vanuit Abbenbroek richting het buitengebied. De toekomstige inrichting van het projectgebied voorziet in het behoud van de bomenrij. Indien de bomenrij niet behouden kan worden dan is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient men te allen tijde rekening te houden met de algemene Zorgplicht (Art. 1.11). De resultaten leiden tot de volgende aanbevelingen:

  • Behoudt zoveel mogelijk opgaand groen in het projectgebied. De huidige beplanting kan vervangen worden door nieuwe struiken en/of bomen.
  • Maak van te voren een inspectieronde om te controleren op de aanwezigheid van een Egel onder struiken en bosschages.
  • Verwijder de beplanting bij voorkeur in de herfst. Dit is buiten het broedseizoen van vogels en voordat kleine zoogdieren onder struiken in winterrust gaan.
  • Zorg dat alle bomen en struiken zorgvuldig verwijderd worden, zodat een aanwezige Egel de kans heeft om zelf een andere plaats te vinden en het projectgebied te verlaten of door de Egel te verplaatsen naar geschikt biotoop in de omgeving.

Conclusie quickscan flora en fauna en aanvullend onderzoek vleermuizen Oudelandsedijk 33

Voor het slopen van de woning zijn enkele bezwaren vanuit de Wet natuurbescherming. Uit de flora en fauna quickscan is gebleken dat zich beschermde functies voor vleermuizen kunnen bevinden in het projectgebied. De woning biedt mogelijkheden voor een verblijfplaats. Daarnaast kan het projectgebied deel uit maken van een vaste vliegroute voor vleermuizen. Deze functies moeten nader onderzocht worden middels een jaarrond vleermuisonderzoek op basis van het Vleermuisprotocol.

Dit onderzoek is uitgevoerd en hieruit volgt dat voor de sloop van de woning geen bezwaren waren vanuit de Wet natuurbescherming. De bomenrij langs de Oudelandsedijk maakt onderdeel uit van een vaste vliegroute voor Gewone dwergvleermuizen, Ruige dwergvleermuizen en Laatvlieger vanuit Abbenbroek richting het buitengebied. De toekomstige inrichting van het projectgebied voorziet in het behoud van de bomenrij. Indien de bomenrij niet behouden kan worden dan is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient men te allen tijde rekening te houden met de algemene Zorgplicht (Art. 1.11). De resultaten leiden tot de volgende aanbevelingen:

  • Behoudt zoveel mogelijk opgaand groen in het projectgebied. De huidige beplanting kan vervangen worden door nieuwe struiken en/of bomen.
  • Maak van te voren een inspectieronde om te controleren op de aanwezigheid van een Egel onder struiken en bosschages.
  • Verwijder de beplanting bij voorkeur in de herfst. Dit is buiten het broedseizoen van vogels en voordat kleine zoogdieren onder struiken in winterrust gaan.
  • Zorg dat alle bomen en struiken zorgvuldig verwijderd worden, zodat een aanwezige Egel de kans heeft om zelf een andere plaats te vinden en het projectgebied te verlaten of door de Egel te verplaatsen naar geschikt biotoop in de omgeving.

Conclusie quickscan flora en fauna Gemeenlandsedijk Zuid 43

Voor het slopen van de woning waren geen bezwaren vanuit de Wet natuurbescherming. In de tuin zijn wel (mogelijke) beschermde functies aanwezig. Deze kunnen behouden blijven door de onderstaande aanbevelingen in acht te nemen. Mocht besloten worden tot de verwijdering van de gehele tuin, dan is nader onderzoek nodig naar boombewonende vleermuizen en de aanwezigheid van een vaste vliegroute.

De volgende aanbevelingen worden gedaan om beschermde functie in stand te houden:

  • Verwijder de rolluiken en het zonnescherm ruim voor de winter. Dit betekent dat ze verwijderd moeten worden in de periode april tot en met oktober.
  • Behoud de wilgen langs de Gemeenlandsedijk Zuid in verband met mogelijke aanwezigheid van boombewonende vleermuizen en de ligging van een vaste vliegroute naar natuurgebied de Bernisse.
  • Kap bomen en struiken buiten het broedseizoen in verband met de beschermde status van broedvogels (gemiddeld van 15 maart tot en met 15 juli, maar is soortspecifiek). Controleer voorafgaand aan het verwijderen van de beplanting op de aanwezigheid van nesten.
  • Naast broedvogels kunnen onder de struiken kleine zoogdieren als Egel en kleine marterachtigen zich verschuilen. Geef de aanwezige dieren de mogelijkheid om te vluchten of verplaats de dieren zorgvuldig naar een geschikte plaats elders in de omgeving. Bij voorkeur worden struiken in de herfst verwijderd om te voorkomen dat deze zoogdieren hieronder een winterrustplaats creëren. Verstoring tijdens de winter kost veel energieverlies voor deze dieren.

Bovenstaande aanbevelingen zijn in acht genomen bij de sloop van de bebouwing. Nader onderzoek naar vleermuizen is niet nodig. Alle bomen, behalve de grote wilgen die mogelijk geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen, zijn gekapt. Hiermee is het potentieel leefgebied voor de vleermuizen behouden.

Conclusie

Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt gesteld dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt mits de aanbevelingen in acht worden genomen ten behoeve van het instandhouden van de beschermde functie.

4.5 M.e.r.-beoordeling

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage inwerking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit geldt niet voor het geval wanneer het bevoegd gezag initiatiefnemer is. De aanmeldnotitie vormt een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. De beslissing van het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, vindt plaats op basis van deze notitie. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn).De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar en aantal aspecten moet in de notitie aan bod komen: [1] kenmerken van het project, [2] plaats van het project, [3] kenmerken van de potentiële effecten.


Onderzoek en conclusie

Op dit moment worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die mer-plichtig zijn. Het bestemmingsplan wijzigt de functie van het gebruik van de gronden naar de bestemming 'Groen' en 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'. De bestemming 'Wonen' is bestemd voor de bestaande woningen.


Beoordeeld moet worden of deze wijziging wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkeling (kolom 1, categorie 11.2 onderdeel D van het Besluit m.e.r.). Voor de beantwoording wordt gebruik gemaakt van de uitspraak van de Afdeling van de Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), waarin onder andere wordt verwezen naar eerdere uitspraken van de ABRvS (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1). In deze uitspraak ging het om een om een bestemmingsplan wat voorziet in de bouw van twee woningen en weide voor hobbymatig agrarisch gebruik. In de voorheen geldende situatie was er sprake van een agrarisch grasland. De afdeling overweegt in deze uitspraak als volgt:


"Onder verwijzing naar de uitspraken (…) overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.


Naar het oordeel van de Afdeling kan hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.''


Voor dit bestemmingsplan is aangesloten bij de bestemming van de omliggende percelen. Er wordt niet voorzien in extra bebouwing, het bebouwd oppervlak gaat juist omlaag. Gelet de aard en omvang van het plan, kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een m.e.r.-beoordelingbesluit is derhalve niet benodigd.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

5.2 Algemeen

In de Wro wordt een aantal mogelijkheden geboden voor de juridisch-planologische opzet van een bestemmingsplan, waarmee de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor een gebied kan worden vastgelegd. De aard van het plangebied geeft in hoofdzaak aanleiding tot een gedetailleerde bestemmingsplansystematiek, waar zowel de bestaande als de toekomstige structuur het uitgangspunt vormen. De woonbestemming wordt voor drie woningen wegbestemd en bestemd voor de gewenste toekomstige situatie 'Groen' en 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'.

Planvorm

De systematiek van de vigerende bestemmingsplannen dient als uitgangspunt. Het uitgangspunt is dat bestaande rechten in principe worden gehandhaafd. De bepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen worden vertaald in dit bestemmingsplan. De bepalingen welke niet van toepassing zijn op het plangebied zijn eruit gehaald.

Verbeelding en regels

Uitgangspunt is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de diverse activiteiten en de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn verder algemene afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen.

5.3 Regels

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

5.3.1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.

Artikel 2 Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.3.2 Bestemmingsregels

In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving.

Het perceel van de voormalige woning aan de Gemeenlandsedijk Zuid 43 is bestemd met 'Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid'.

De percelen van de voormalige woningen aan de Oudelandsedijk zijn bestemd met 'Wonen'.

De bestemmingen en de regels zijn één op één overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied West', vastgesteld d.d. 7 december 2016 (IMRO:NL.IMRO.1930.BPBGDWEST-3002). Dit ten behoeve van de uniformiteit.

De woningen aan de Oudelandsedijk zijn op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied West' opgenomen binnen een bouwvlak waar een 'maatvoering: maximum aantal wooneenheden: 11' is opgenomen. Omdat de woningen niet meer elders binnen het bouwvlak gebouwd worden is het bouwvlak met de bestemming 'Wonen' meegenomen in onderhavig bestemmingsplan, zodat het aantal toegestane woningen aangepast kon worden naar maximaal 9 woningen.

Verder is voor beide locaties geen bouwvlak opgenomen, waardoor het niet is toegestaan om gebouwen te bouwen.

Tot slot zijn de dubbelbestemming welke over de locaties lagen overgenomen. Het zijn de volgende dubbelbestemmingen:

5.3.3 Algemene regels

In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Deze regels zijn ook één op één overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied West', met uitzondering van parkeerregels opgenomen in Artikel 15. In dit artikel is in het bestemmingsplan 'Buitengebied West' verouderde beleidsregels opgenomen. Deze regeling is in dit bestemmingsplan aangepast. De CROW-publicatie 381 is opgenomen.

5.3.4 Overgangs- en slotregels

In het afsluitend onderdeel komen de overgangs- en slotregels aan de orde.

Overgangsrecht

De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro).

Slotregel

Deze regel bevat de titel van het plan.

5.4 Handhaving

De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan, is de bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat bij de handhaving van dit plan met name om de regels over het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. De regels bevatten een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit, zoals uitgewerkt in dit plan, ook te realiseren en in stand te houden. Naast deze instrumentele functie, heeft handhaving ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De regels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven.

Gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo aangemerkt als strafbaar feit. Dit maakt strafrechtelijke handhaving en de daaraan verbonden instrumenten en opsporingsbevoegdheden mogelijk.

Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmings- plantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het bouw- en woningtoezicht hierin een centrale taakstelling. De gemeente heeft haar handhavingsbeleid vastgelegd in de Nota handhaving Spijkenisse (vastgesteld op 8 oktober 2003). Tot nu toe wordt handhaving opgepakt via het handhavingsteam waarin een aantal disciplines is vertegenwoordigd, die inspelen op incidenten en excessen en wordt er gereageerd op basis van klachten. Het handhavingsbeleid zal zich moeten ontwikkelen tot het vastleggen van een structuur, waarbij van tevoren door het bestuur vastgelegde doelen nagestreefd moeten worden.

Ten behoeve van het opstellen van dit bestemmingsplan heeft vooraf een grondige inventarisatie, mede ten aanzien van het huidige gebruik, plaatsgevonden. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd de opstallen en gronden binnen het plangebied overeenkomstig dat gebruik te bestemmen. Strijdig gebruik ten opzichte van de regels van dit bestemmingsplan wordt dan ook niet verwacht.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid is gewaarborgd binnen de ''Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder hoogspanningsverbindingen”. Alle kosten, inclusief de bestemmingsplankosten, komen volledig voor rekening van het Rijk.

Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

et kabinet heeft de ''Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder hoogspanningsverbindingen” ingevoerd voor mensen die onder hoogspanningslijnen wonen. Via deze regeling wordt er met de burgers mee gedacht en bovendien wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen.

Het bestemmingsplan wordt ter visie gelegd. Eventueel ontvangen zienswijzen worden in dit hoofdstuk behandeld.